Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tusschen rugleuning en zitplaats was een handbreede opening waardoor hij naar buiten kon gluren. Niemand zou zijn hoofd op die hoogte zoeken.

Het paard met den gewonde werd behoedzaam naar voren gebracht: de gewonde was de dien ochtend uitgereden ridder. Achter hem, naast een ruiter een nog geblinddoekte geestelijke. Een ongewone verschijning in den burcht! Nu werd hem de blinddoek afgenomen die boven zijn kaper was gebonden. De geestelijke keerde zich tot den gewonde, hief hem van het paard en legde hem met behulp van den anderen ridder op de baar en schikte mantels en dekens onder hoofd en schouders. Twee dragers namen de baar en stapten met gelijkmatigen pas voorbij.

De geestelijke bleef achter, sprak en wees met druk gebaar van hoofd en arm en hand.

Zijn pij fladderde in den wind. Zijn kap viel naar achter....

Vader Hubertusü

Had hij goed gezien? Speelden zijn oogen hem parten? Hij keek

Geen twijfel!

Vader Hubertus stond met afgeworpen kap, bijna vlak tegenover zijn raam, het breed goedig gezicht en de kaalgeschoren kruin in regen en wind. Hij scheen geen haast te hebben. Hij draaide zich langzaam, zéér langzaam naar alle zijden, als zocht hij iemand onder de omstanders, stapte op een der wapenknechts toe en ging met hem in de richting waar baar en dragers waren gegaan.

— Hij wil zich laten zien! Hij weet dat ik hier ben," schoot het ridder Dagobert door het hoofd. [

Opgespoord door dengene die hij daarvoor het minst berekend had geacht!

Hoe was hij in den burcht gekomen? Had hij zich laten gevangen nemen? Naar zijn optreden te oordeelen had hij omtrent den gewonde bevelen gegeven.

Sluiten