Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij zocht vruchteloos naar verband tusschen zijn komst en dit optreden met gezag.

Hij had vader Hubertus gezien, hij begreep dat het er nu in de eerste plaats op aankwam om door vader Hubertus gezien te worden. Vader Hubertus moest weten in welk gedeelte van den burcht hij gevangen werd gehouden.

Hij besloot geen oog van het binnenplein af te wenden en zich te vertoonen zoodra hij kans had opgemerkt te worden, zonder dat vader Hubertus' veiligheid gevaar liep.

De dienaars brachten het avondmaal. Storm en regen waren weer aan den gang. De avond viel.

Geen kans verder om uit te vorschen.

Toch kon hij niet besluiten om naar bed te gaan. De gedachten iemand van den Valkenburcht zoo nabij te weten zonder hem te spreken, benam hem slaap en rust.

Hij zat een gedeelte van den nacht voor zijn venster, den blik naar buiten in het ondoordringbare bewegelijke duister, in één groot verlangen om van zijn kind te hooren.

Hadden zij en zijn schoonzuster den geestelijke bewogen tot den verren en onzekeren tocht?

Hoeveel had Roswitha moeten doormaken voordat zij zich bij zulk een keus had neergelegd!

Vader Hubertus, sterk en groot in zijn ambt en zijn kapel, maar daarbuiten onervaren en — ontoerekenbaar.... een kind gelijk in vertrouwen.

Had Roswitha niet veelmeer alles getrotseerd en getracht uit te breken en met hem te gaan!! Aan te vullen wat vader Hubertus ontbrak!

Wie had anders kunnen gaan? Gonda en Wolf gebonden ....

— Mijn kind, mijn kind, juichte en kreunde hij beurtelings den nacht in. Was zij meegegaan? Waar was zij dan geweest op het oogenblik tot vader Hubertus werd meegevoerd? In veiligheid bij de belegeraars? Oók in handen van den vijand?

Sluiten