Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Vader is wel en ongedeerd!.... En Godelieve komt om bij ons te blijven," riep Roswitha. „O, tante Gonda, daar is veel gebeurd. Maar nu terug, terug bij u!"

En een lange hartelijke omhelzing volgde.

Wolf kreeg een hand.

— Ben ik niet onder goed geleide en te gelegener tijd weergekeerd zooals ik Hendrik opdroeg je te zeggen bij mijn onverhoedschen aftocht, Wolf?" vroeg Roswitha met een blik op Hendrik.

Het was niet het oogenblik voor Wolf om te spreken. Zijn oogen moesten dat doen. En zij deden het op een niet te miskennen wijze, zoowel tot Roswitha als tot haar vader, eerst in volle straling tegenover hen, en toen hij zich met Hendrik bij Herman had gevoegd, achter hen.

Roswitha keek gedurig naar hem om, bij wat haar vader en zij jonkvrouw Gonda vertelden. En Wolf gevoelde zich weer meeleven zooals van ouds in alles wat zijn meester betrof.

De oude grijze Valkenburcht wachtte hen op, een groene veste nu met zijn festoenen om valbrug en hoofdpoort. Van de omgangen, van de tinnen hingen slingers van groen; de poortgang was met groen bestrooid, het binnenplein leek een tuin: om alle ramen en deuren groen.

En alle burchtzaten op het plein, Janna voorop met een reuzenruiker van alle mogelijke bloemen die het jaargetij opleverde, waaraan Freia met gemoedelijk vertrouwen en welbehagen begon te knabbelen, toen zij dien bij het terugzien van Roswitha vergat aan te bieden en heel haar mooie toespraak onderging in vreugdetranen en onverstaanbare uitroepen.

Terug op den Valkenburcht!

De klokken luidden, de stemmen schalden, de oogen lachten. Vóórdat zij zich uit den zadel liet glijden, keerde Roswitha zich tot haar vader en het gejuich verstomde een oogwenk bij het aanschouwen van haar gelaat vol warme dankbare vreugde, om te luider en stormachtiger daarna uit te breken.

Sluiten