Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was naar den aard. En ook dat de Keizer zijn jonkvrouw zou beschenken.

Hij leunde over de borstwering en tuurde naar beneden in de richting van jonkvrouw Gonda's tuin.

Vader Hubertus en Jodocus deden als hij.

Twee personen kwamen uit den tuin.

Zij gingen langzaam. Jonkvrouw Roswitha's hoofd wat op, dat van Auersperg wat neer. In den glans van hun jong geluk.

— Niet voor oogen van anderen," zei Jodocus plechtig. „Mochten zij gelukkig zijn!"

Hij trad terug, hij en de anderen.

— Jonkvrouw Roswitha heeft wat het geluk vasthoudt," viel Wolf in, gewichtig, zooals gewoonlijk wanneer hem iets ontroerde. „Altijd eenvoudig en oprecht. En het hart groot en warm."

— En sterk het voelen van plicht. Dat gaat goed samen", besloot de priester.,, Het laatste is de trouwe herder van het eerste."

De drie philosophen op den toren zwegen langen tijd.

EINDE.

Sluiten