Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een stoeltje zitten, en als iemand haar aan wilde raken, had ze wel iets van zoo'n harlekijn, waarbij je aan een touwtje trekt: ze sloeg met armen en beenen.

De hofdames konden de koningin niet gaan roepen, want die was uitgereden, en de koning zat in zijne werkkamer met den eerste-minister: dan mocht hij niet gestoord worden. Dus bleven de gouvernante en de drie hofdames en de kamerdienaar van den koning maar vragen en smeeken, dat de prinses toch naar bed zou gaan. Maar prinses ,,Ik-wil-niet" zat onbewegelijk met haar hoofd tegen de stoelleuning, en zoodra iemand haar aanraakte, sloeg ze van zich af en schreeuwde: ,,ik wil niet! ik wil niet!"

Eindelijk lieten de hofdames haar zitten: met booze gezichten gingen ze naar de andere kamer.

Het prinsesje bleef nog een poos pruilen; toen stond ze op, en liep naar de deur. Maar die kon ze niet open krijgen: ze was opgesloten.

Woedend liet ze zich op den grond vallen. Ze huilde en schreeuwde, maar toen er niets gebeurde, werd ze vanzelf kalmer, en eindelijk sliep ze zoowaar in op den grond.

Na een poosje ging zachtjes de deur open, en een van de hofdames keek om het hoekje. Toen zij het prinsesje op den grond zag liggen, ging ze de gouvernante halen, en samen kleedden zij het slapende kind uit.

,,Ze was weer op en top prinses ,,Ik-wil-niet", zei de gouvernante. „Och, och, als dat kindje grooter wordt!" En de geleerde dame schudde haar hoofd.

,,Ze ziet er zoo lief uit", zei de hofdame, ,,ik zou graag veel van haar houden, maar ik kan 't werkelijk niet".

Het prinsesje hoorde er niets van. Ze droomde, dat ze met hare ouders eene verre reis ging doen op een schip,

Sluiten