Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals ze eens gedaan had; hoe meer de dames haar heen en weer schudden bij 't uitkleeden, hoe hooger het schip in haar droom danste op de golven.

Eindelijk was ze klaar, en toen ze in bed lag, kroop ze dadelijk diep onder de zijden dekens.

Nu droomde ze van een groot feest, waar gedanst werd: de eerste-minister met zijn kale hoofd, sprong als een kangeroe midden door de zaal, pakte een oude, magere gravin om haar middel en tilde haar hoog boven zijn hoofd; toen moest de prinses zóó lachen, dat ze zichzelf half wakker lachte. Met een ruk keerde ze zich om, en sliep verder rustig door zonder droomen.

Midden in den nacht werd ze wakker; ze lag met haar gezicht naar den muur. Ze wreef hare oogen uit, en toen eerst herinnerde ze zich, dat ze zoo boos was geweest, en dat de hofdames haar opgesloten hadden; dadelijk deed ze haar oogen weer dicht. Maar heel gauw deed ze ze weer open ook: 't was of er iets vreemds was in de kamer. Ze hoorde de gouvernante snurken in de kamer naast de hare; die snurkte altijd. Maar er was toch iets anders.

Vlug keerde ze zich om en nu sperden hare oogen zich wijd open. Op den rand van haar bed zat een vrouwtje, heel fijn en teer, met loshangende blonde haren, waar juist de maan door een kier van het gordijn op scheen.

Ze zat heel stil, maar hare oogen, die Augusta aankeken, schitterden en heel haar kleine gezichtje keek vroolijk.

„Wie bent u?" vroeg het prinsesje verbaasd.

,,Ik ben eene fee, jou fee", zei het vrouwtje. ,,Ja, je hoeft niet zoo verbaasd te kijken; ieder mensch heeft zijn eigen fee, maar iedereen weet 't niet, en lang niet iedereen krijgt zijn fee te zien. Maar jij mag je fee nu eens zien."

Sluiten