Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prinsesje knikte, en ging rechtop in bed zitten. Ze dacht zoó aan haar droom, dat ze op 't oogenblik werkelijk vergat onaardig te zijn.

„Wil je je kousen aantrekken?" vroeg de hofdame, ,,'t Is al negen uur."

Prinses „Ik-wil-niet" zette groote oogen op. „Hoe kan

dat? anders word ik altijd om zeven uur wakker", zei ze knorrig.

„Je was gisteravond moe, denk ik", zei de hofdame, maar nu keek prinsesje in eens boos, omdat ze er aan dacht,' op wat vreemde manier ze naar bed was gegaan. En kribbig riep ze: „ik was niet moe, en ik geloof er niets van, dat 't al negen uur is."

„Kijk dan maar op de klok," zei de hofdame, maar prinsesje keerde zich om, en riep: „Ik wil niet op de klok kijken ! ik wil de klok niet zien!"

Ineens gaf de hofdame een schreeuw. „Kijk eens!" riep ze, maar toen prinsesje zich weer om wilde keeren kon ze met; ze was zoo stijf of ze van hout was gemaakt. „Wat is dat? wat is dat?" riep ze, maar de hofdame keek niet naar haar. Die zag heel wat anders. De groote vergulde pendule op den schoorsteen begon ineens naar den rand te schuiven tot hij eindelijk met een bons op den grond viel. Gelukkig lag er een heel zacht kleed; daarover schoof de klok voort tot bij het gordijn voor de ramen. En daar gleed de pendule achter. Toen zij verdwenen was voelde prinses Augusta, dat ze zich weer om kon keeren; met een sprong was ze uit bed.

„Wat was er?" vroeg ze, maar de hofdame kon alleen

maar zeggen: „de pen !", zóó was ze geschrikt. Meteen

liep ze naar het gordijn; ja, daar stond de pendule nog ach

Sluiten