Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„O!" riep Augusta, „lieve fee, ik wil 'n heeleboel er voor doen. Zeg maar, wat ik doen moet!"

„Dat klinkt vreemd van prinses „Ik-wil-niet"," zei de fee. „Luister, en zeg niets, voor ik uitgesproken heb, dan zal ik je vertellen, wat er gebeuren moet, om je weer tot een gewoon meisje te maken, of eigenlijk, om je voor 't eerst tot een gewoon meisje te maken.

„Je zult weer jurken kunnen dragen,' als je moeder voor altijd in oude, gescheurde kleeren rondloopt; je zult weer kunnen eten, maar daarvoor moet je moeder al hare tanden geven; je zult weer kunnen begrijpen wat je geleerd wordt, maar daarvoor moet je moeder hare stem geven; je zult weer kunnen lezen, maar daarvoor moet je moeder hare oogen geven; je zult...."

„Nee, nee!" riep Augusta wanhopig: „dat wil ik niet! Dat niet!"

,,'t Is de eenige weg," zei de fee ernstig. „Je laat me niet uitspreken. Je zult je moeder weer kunnen aanraken, maar daarvoor moet je moeder hare jeugd geven."

Nu begon Augusta zoo bedroefd te schreien, als ze heel haar leven nog niet geschreid had. Ze stak hare handen uit naar de fee, maar die wipte vlug over het bed heen naar den anderen kant.

„Och lieve, lieve fee!" smeekte Augusta, „zeg, dat er iets anders voor te doen is. Alles wil ik, alles!"

Maar de fee zei weer: ,,'t Is de eenige weg. En, prinsesje, je moet gauw beslissen, als die zonnestraal bij je bed is, moet ik weg."

Toen, ineens, veegde Augusta hare oogen af. „Dan," zei ze moedig, „moet 't maar blijven, zooals 't nu is."

„Zoo?" zei de fee, „dan groet ik je, prinses „Ik-wil-

Sluiten