Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ineens voelde ze zich omklemd door warme armen. En hoe onkenbaar de koningin ook geworden was, nu voelde Augusta, dat 't hare moeder was.

„Moeder!" riep ze. „Ik wou 't niet, ik wou 't niet; 't is leelijk van de fee!"

Maar de blinde streelde haar over 't haar, en de tandelooze mond lachte, met een klank van den vroegeren lach van de koningin.

„Is de fee bij u geweest?" vroeg Augusta.

„Ja," knikte hare moeder, die stom was.

„O, en moeder, heeft u dat gewild voor mij?"

Prinsesje boog zich neer, en verstopte 't vuurroode gezichtje aan haar moeders borst.

Maar gauw keek ze weer op. „Ik wil 't niet!" riep ze, „ik wil 't niet! Ik zal de fee overal zoeken, ik zal zoeken, moeder, zoeken, tot ik haar vind! En dan zal ik zeggen: ik wil 't niet! Ik wil 't niet! net zoo lang tot de fee u weer alles teruggeeft. Ik zal heel dapper zijn, en niet klagen, omdat ik niet eten kan en al de andere dingen, 't is toch mijn schuld, ik wil niet, dat u daarvoor lijdt! Maar eerst moet ik u nog een zoen geven, want later kan 't niet meer, en dat is 't allerergste!"

Het oude vrouwtje, dat hare moeder was, schudde 't hoofd, maar Augusta zoende haar ingevallen wangen, en legde haar hoofd even tegen den mageren schouder. Toen keerde ze zich om, om de fee te gaan zoeken.

Maar, daar op tafel, daar zat de fee. Augusta greep naar haar, maar 't kleine vrouwtje zat al op den rand van den spiegel. „Dacht je mij te kunnen krijgen?" vroeg ze spottend.

Sluiten