Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35

Ze kent geen vrees voor wat hun buiten wachten zal; alleen drijft haar het verlangen, weg te komen uit dit huis, dat haar angstig maakt, nu ze er altijd Quilp ontmoeten kan: alleen te zijn met haar lieven, lieven grootvader, dat zal heerlijk wezen!

Op een zomernacht, nog vóór het aanbreken van den morgen, gaan ze op weg: de oude man, die zich als een kind laat leiden, en het dappere meisje, dat als een moeder voor hem zorgt. Nu ze het oude huis voor altijd zal verlaten, voelt ze pas hoeveel ze er van hield, maar moedig gaat zij naar buiten, blij in het vooruitzicht de donkere stad te zullen verlaten en groen en bloemen te zien.

We volgen nu het tweetal op zijn langen, langen zwerftocht, waarop Nelly altijd de sterkste is, de verzorgster en geleidster van den ouden man. 't Gaat met haar, zooals we lezen in oude sprookjes, waarin voor een onschuldig meisje zelfs de wilde dieren uit den weg gaan.

Niemand denkt er aan, haar kwaad te doen, al slaapt ze soms alleen met den ouden man buiten, of in een herberg met allerlei dronken kermisvolk.

Ze heeft wat proviand meegenomen, en haar weinige, bespaarde geld; dit geld is natuurlijk spoedig opgeteerd; alleen heeft ze voor tijd van nood een goudstukje bewaard, genaaid in haar jurk.

Ze moet nu bedelen, al zoekt ze voortdurend met een of ander werk iets te verdienen, en hier teekent Dickens ons zoo duidelijk, hoe juist de armen elkaar het eerst helpen, omdat zij het best begrijpen wat een andere arme voelt; in kleine trekjes laat hij ons zien, hoe zij, die heel weinig hebben, toch nog deelen met de zwervers, die niets hebben. En

Sluiten