Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nelly's lieve manier van doen, hare hulpvaardigheid en vriendelijkheid maken, dat ieder haar helpen wil.

Na vele dagen maken zij kennis met de directrice van een wassenbeeldenspel; zij neemt Nelly in dienst, om de bezoekers te ontvangen en uit te leggen wat de beelden voorstellen.

Zooals in al zijne werken, strooit Dickens ook door dit boek een schat van kostelijken humor: onder andere in de beschrijving van juffrouw Jarley, de eigenares van het wassenbeeldenspel, en de manier waarop zij haar verzameling weet op te hemelen. Nelly en haar grootvader trekken nu mee met den woonwagen; de oude man tevreden, en het kind bijna gelukkig, nu ze haar brood verdienen kan bij vriendelijke menschen. Bijna gelukkig; er blijft iets donkers op haar geluk, omdat ze haar grootvader meer en meer ziet versuffen, zoodat ze bijna niet verstandig meer met hem kan spreken. Ze voelt zich eenzaam, zóó eenzaam, dat ze eiken dag van verre een paar meisjes volgt, zusjes, die samen wandelen en genieten van eikaars gezelschap. In gedachte noemt zij die meisjes hare vriendinnen, al weten zij er ook niets van, en vermoeden zij zelfs niet, dat Nelly haar volgt.

Plotseling gebeurt er iets vreeselijks.

Op een avond is Nelly met haar grootvader overvallen door een onweer; ze schuilen in een herberg, en hier komt de oude man in aanraking met een paar spelers, schurken, die het er op toeleggen, door valsch spelen geld te winnen. De oude man kijkt eerst toe, hij leeft op, volgt het spel, doet eindelijk mee, en blijft spelen tot hij al het geld, dat Nelly in haar beursje had, verloren heeft. Om hare vertering te betalen, moet zij het ingenaaide goudstukje zelfs wisselen.

Nelly is verslagen; ze wil weg uit de herberg, maar 't is

Sluiten