Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwak om flink te zijn. Maar toch houden we van hem om zijne vroolijke goedhartigheid, die telkens voor den dag komt. Hij ook helpt naar Nelly zoeken; ze vinden telkens een spoor, maar verliezen het weer.

Eindelijk, eindelijk, hebben zij het gevonden, ze weten waar Nelly is met haar grootvader.

Met vreugde en verlangen gaan ze op weg: Kit, Nelly's oudoom, en een oude vriend van hem. Kit neemt Nelly's vogeltje mee, dat hij al dien tijd verzorgd heeft.

't Is een reis van verscheidene dagen in den postwagen; langzaam komt op dien langen rit een angstig voorgevoel in hen op, en wij, die dan nog niet weten, dat Nelly gestorven is, voelen den angst mee, alsof we in werkelijkheid naast de drie vrienden meerijden. Zij weten, dat Nelly ziek is of ziek is geweest, en vooral de oom, die Nelly's grootmoeder en moeder gekend heeft, beiden jong gestorven, is zóó angstig, dat hij zich niet durft geven aan zijn verlangende vreugde.

In den nacht komen ze in het dorpje aan. En het angstige voorgevoel blijkt gegrond te zijn: in zijne kamer bij het vuur vinden ze den ouden man, gansch versuft door verdriet.

In de kamer er naast ligt Nelly op haar doodsbed.

Sober ontroerend beschrijft Dickens:

„Zij was dood. Geen slaap zoo schoon en rustig, zoo vrij van eiken zweem van leed, zoo mooi om te aanschouwen.

Zij scheen een schepsel pas uit de hand van God, wachtend op den levensadem, niet een kind dat geleefd had, en door den dood was gegaan.

Op haar bed. lagen hier en daar wat winterbessen en groene bladeren, geplukt op een van haar geliefkoosde plekjes. „Als ik dood ben, leg dan iets bij me, dat van het

Sluiten