Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hcht heeft gehouden, en altijd den hemel boven zich had." Dat waren hare woorden geweest.

Zij was dood. De lieve, geduldige, dappere Nelly was dood. Haar vogeltje, een teer schepseltje, dat een vingerdruk zou kunnen verpletteren, sprong vroolijk in zijn kooitje; en het sterke hart van zijn meesteres stond voor altijd stil.

Waar waren de sporen van haar vroege zorgen, haar leed en vermoeienis? Alles weggewischt. Alle smart was dood in haar, haar stille schoonheid en diepe rust spraken slechts van vrede en volkomen geluk.

En toch lag hier haar vroegere zelf, onveranderd in deze verandering.

Het oude tehuis had dat zelfde zachte gezichtje gekend; het was als in een droom gegaan door ontzettende ellende en smart; aan de deur van den ouden schoolmeester op den zomeravond, voor het vuur van den smeltoven in den kouden v ochtigen nacht, bij het bed van den stervenden jongen overal was het 't zelfde geweest."

Het werk kwam in wekelijksche afleveringen uit en Dickens ontving van alle kanten brieven er over, bewonderende brieven, en smeekbeden om Nelly niet te laten sterven.

Maar hij voelde, dat het niet anders kon, na alles wat het teere meisje geleden had, en ook begreep hij, dat juist zóó haar beeld den lezers gaaf en ontroerend bij zou blijven, zooals hij wilde dat het zijn zou.

Hijzelf had zich zóó ingeleefd in zijn werk, dat het hem was of hij in Nelly een lief kind verloor, hij kon het laatste gedeelte bijna niet afwerken, de beklemmende angst die Nelly's vrienden op reis drukte, voelde hij zelf mee, en nadat

Sluiten