Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de scherpe rook uit de vuile pijp hinderde hem in de oogen en drong hem in neus en keel. — Maar de sigaret brandde al en „dank-ie" zei hij kuchend. Op één trapper staand, wipte hij nu vlug naar Frits, die juist z'n fiets naar buiten werkte. — De blauwe rook slierde achter Ko aan en Frits keek verbaasd.

„Mag je rooken?"

,,'k Doe het."

Ko stond nu branieachtig tegen z'n fiets en dampte als een schoorsteen. Frits keek even bewonderend, toen angstig.

„Gooi weg! Daar komt moeder, 'k Mag vast niet met je mee als ze 't ziet."

Het vurig eindje lag al in de goot en Ko trapte er op en spuwde.

„Poeh! 'k Heb d'r nog meer. Ben je klaar? Hier, neem dit kistje op je drager. Laat zien!"

Met kennersoogen bekeek hij de vernikkelde inrichting en voelde aan de schroefjes.

„Nou, nog al stevig! 't Is niet erg groot, maar 't zal wel gaan. Hier heb je m'n ceintuur, die kan er wel bij om."

Frits deed het wat onhandig. Ko moest helpen en Frits stond vlijtig toe te kijken, toen z'n moeder buiten kwam.

„Heb je alles, Frits? Dag Ko!"

„O, dag Mevrouw! Ja, alles is fijn in orde. 't Wordt mooi weer ook."

Sluiten