Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. OP WEG.

Toen de jongens buiten de stad kwamen, streek de frissche morgenwind met volle kracht langs hun blozende wangen en Frits dacht een oogenblik met dankbaarheid aan de bezorgdheid van z'n moeder. Maar eenmaal over de hooge steenen brug en met een vaartje omlaag glijdend langs een beschutten weg, had hij graag het voorbeeld van Ko gevolgd, die z'n keep handig afdeed en over het stuur hing.

Ko keek lachend naar hem om. „Wil je 'm ook kwijt?"

„Ja, stop even!"

„Hoeft niet! Kom maar hier!" wenkte Ko. Onder 't rijden hielp hij hem.

,,'t Is jouw schuld," verweet Frits. „Als jij 't nou maar geweigerd had..."

„Wat geweigerd? Je zult eens zien, we krijgen er nog plezier van. Zoo n keep komt eigenlijk altijd te pas."

Frits knikte toestemmend. Ko maakte vaak zulke uitstapjes en die zou het dus wel weten. Ze moesten den heelen dag zoo wat door fietsen en waren van plan bij een kennis den nacht door te brengen — een kennis van Ko. Den volgenden dag zouden ze langs een anderen weg terugkeeren. Hun middagmaal wilden ze koken ergens op de hei of in 't bosch. En dan zouden ze natuurlijk allerlei dingen beleven, waarvan Ko zoo vaak verteld had.

Sluiten