Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ko bleef z'n vriendje vasthouden. Hij zag er zoo benauwd uit, en trapte zoo moeilijk.

„Wat is d'r?" vroeg hij naar den bekenden weg.

„Niets; laat me maar los!" snauwde hij haast. Maar Ko liet niet los. Hij boog zich wat voorover om Frits in 't gezicht te zien.

„Ben je bang?"

„Nou, maar je zei toch... je hebt gezegd van die kennis... en als dat nou niet zoo is... dan ga 'k terug!" 't Laatste zei hij opgewonden en meteen stond hij al op één been om af te stappen. Hij was voor zulk een plotselinge beweging nog niet genoeg geoefend en Ko was er niet op bedacht. — In een laatste poging om Frits nog overeind te houden werd hij door den val meegesleept, en jongens en fietsen lagen het volgend oogenblik over elkaar.

Frits bleef versuft even liggen. Ko lag half over hem heen, richtte zich echter vlug op. Maar zijn linker voet zat beklemd tusschen de spaken van z'n voorwiel en behoedzaam moest hij die los werken. Daarom bleef hij even gebogen boven z'n vriend en keek bezorgd toe, of deze zich soms bezeerd mocht hebben.

„Heb je je zeer gedaan?"

„Niet erg," zuchtte hij en probeerde nu ook overeind te krabbelen. De voet van Ko had geen verwoestingen aangericht. De fietsen werden overeind gezet en weer in 't fatsoen gebogen. Toen

Sluiten