Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwamen de berijders aan de beurt. Het heele ongeval had geen ernstiger gevolgen dan een paar bestofte broeken, een winkelhaak in de bloes van Frits en een schram aan de hand van Ko. — Van de gelegenheid had het doosje met sigaretten echter gebruik gemaakt, om te ontsnappen. Ko miste het bij 't afkloppen van z'n kleeren, maar vond het aanstonds weer in 't gras. Na den eersten schrik stonden de jongens nu lachend tegenover elkaar. Frits begreep, dat hij door z'n onbedachte beweging de ramp veroorzaakt had en was niet ongevoelig voor de bezorgdheid, die Ko voor hem toonde.

En deze had natuurlijk spijt van z'n bangmakerij.

„Kom," zei Ko, „we gaan de vredespijp rooken; daar, in dat zijlaantje."

Ze reden hun wielen een pas of tien verder en zetten ze tegen den hoogen kant van den weg. In 't mos legden ze zich naast elkaar en Ko presenteerde deftig z'n sigarettendoos. — Frits glinsteroogde er naar, maar stak slechts aarzelend z'n hand uit, toen Ko hem, „toe dan!" commandeerde. Onhandig peuterde hij er zoo n teer dingetje uit en hield het verlegen in z'n hand.

,,'k Mag eigenlijk niet rooken. 'k Heb 't nog nooit gedaan."

„Ik wel," pochte Ko.

Nou, dat kon je wel zien. Het witte rolletje hing, wippend onder 't spreken op 't uiterste randje

Sluiten