Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Niet doen! Eerst afwasschen met boorwater!" waarschuwde Frits bezorgd.

„Ja, mot je net mijn hebben, 't Zal wel beteren, hoor! Boorwater en watjes varen we niet."

„Moest je toch bij je hebben," vond Frits. „Moe zegt..."

„Je bent een ouwe heer," viel Ko in. „Als je een paar keer met me mee geweest bent dan praten we anders. Zullen we opstappen?"

Hiermee brak hij de discussie maar af. Hij stond al weer bij z'n fiets en duwde die nu handig in 't karrespoor van 't laantje. Frits volgde hem met eenige moeite. Hij had beide handen noodig om over 't oneffen pad z'n rijwiel in de richting te houden en zag met bewondering, hoe Ko zich op t zadel slingerde en kalmpjes voorttrapte naar den grooten weg. Hier keek hij om.

„Kun je alleen?" informeerde hij.

„O, best!" riep Frits terug. Maar 't ging niet best. De weg liep nog al op en hij kon geen gang genoeg krijgen om zich op het zadel te werken. Ko maakte meesterlijk een korten draai en kwam hem te hulp. Toen werd de reis weer voortgezet. Frits voelde zich veilig bij Ko en gesterkt door de stevige boterham, die een vreemd leeg gevoel verdreven had, raakte hij nu pas flink op dreef. De zon zat altijd nog achter een dichten sluier, maar de heldere hemel scheen er op sommige plekken door en 't landschap werd van oogenblik

Sluiten