Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buigen als een reusachtige grijze slang tusschen t groen. Éénmaal hadden ze een boer met een kruiwagen in de verte zien oversteken en toen in een zijpad weer verdwijnen. Z'n hond was nieuwsgierig blijven staan bij de kruising. Maar op een vervaarlijken gil van Ko was hij druipstaartend weggerend, de ooren in den nek.

Frits had van harte meegegild, en uit de struiken tegen de verre heuvels zelfs waren de vogels verschrikt opgevlogen. — Daardoor dacht Frits op eens aan z n duiven. Hij had er een paar voor z'n verjaardag gekregen en hij zou er een hokje voor timmeren. Of Ko hem helpen wou?

Hij kwam naast Ko rijden en stak z'n arm uit, om Ko's schouder te grijpen.

„Nee, let maar op je stuur en rij achter me aan op 't fietspad," waarschuwde Ko. — „D'r kan elk oogenblik iets om den hoek komen en de weg is niet te breed, zie-je!" Hij trapte meteen door en liet Frits een eind achter.

t Was goed ook. Hij had als een ervaren fietser in de verte al t geronk van een auto vernomen en ze waren nog maar enkele meters van het oude tolhuisje af, dat juist bij den draai stond, toen een grijs monster in wijden zwier kwam aangestoven. Het toeteren van den hoorn werd haast overstemd door 't vreeselijk ronken van den motor. Ko was bijtijds afgestapt en had Frits opgevangen die nu veilig op z'n schouder steunde.

Sluiten