Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grooter gulzigheid en boog zich als een geoefend rijder al over het stuur.

„Hei! Ho! Hei! Ho!" riep hij in de maat van het trappen en Ko, die even omkeek en lachend zijn braniespelen merkte, deed mee: Hei, ho! Hiep, ho! Zoo vergaten ze de waarschuwing en versloegen ze den angst.

Want Ko voelde zich niet heelemaal gerust. Hij was lang zoo onverschillig niet voor de waarschuwing, als hij wilde doen voorkomen. Voor zich zelf was hij niet bang. Hij durfde z'n hachje wel te wagen en zou zich wel redden. Maar Frits was hem toevertrouwd, en — 't ventje, dat niets gewend was...! Daar kon-ie wel eens „spul" mee krijgen als daar ginds iets aan 't handje was. Hij hield zich anders goed...

Eigenlijk had-ie nou maar liever, dat Frits deed zoo als straks: niet verder willen. Dan kon hij nu met goed fatsoen omkeeren, want, voor niets had die „hooge" niet zoo ernstig gewaarschuwd. Als d'r nou werkelijk iets gebeurde? Toen won de nieuwsgierigheid het weer van z'n voorzichtigheid. Wel ja! Hij zou daar terug gaan als de soldaten hier ergens wat te doen hadden!

„Kijk! Wat komt daar aan?" zei Frits. Hij wees op een stofwolk in de verte waarin donkere gedaanten schenen te bewegen.

„Paardenvolk! Daar heb je 't al. Pas op, Frits! Straks er af als ze dichter bij komen."

Sluiten