Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

takken en klauterde vliegensvlug tegen den stam op. — 't Had de jongens even afgeleid. De eenzaamheid was er een tikje minder door geworden en ze gingen letten op meer bewijzen van leven in 't stille bosch.

Ongemerkt zetten ze hun tocht nu al verder voort. Maar Ko besefte eensklaps en tot z'n schrik, dat hij door 't spelen nu heelemaal de richting kwijt was geraakt. Op goed geluk moest hij nu maar trachten uit het bosch te komen. En dan...? Ja, dat wist hij nog niet. Maar 't was toch al zeker, dat ze nu verdwaald waren. Zorgen, dat Frits er geen erg in kreeg. Zich nu maar goed houden, alsof hij den weg al vaak gegaan was... ja, dat was het eenige, wat er op zat.

Hij begon te fluiten, maar 't wou niet; een oogenblikje later te zingen, maar dat ging nog minder. Toen liepen ze maar zwijgend voort, regelrecht nu in de éénmaal aangenomen richting.

Ko had gelijk gehad: het bosch moest ergens ophouden. Er schemerde licht tusschen de stammen in de verte. Eerst waren 't smalle glimpjes, toen lange streepjes en eindelijk breede vlakken. Het bosch opende zich voor de jongens en ze stonden nog onverwacht voor een breeden heiweg, die iets lager lag.

Hoe heerlijk glansde hier het daglicht op 't geelwitte zand en de bloemigé heideplantjes langs de diepe karresporen! 't Was of de jongens plot-

Sluiten