Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nee, ga jij maar wat vooruit, daar, naar die witte plekken op de hei. Daar zijn kuilen genoeg. Pak de boel vast uit en zoek een paar groote stokken of zoo in de boschjes. Ik kom dadelijk."

V. HET WITTE HUIS.

Ko maakte nu zonder complimenten het lage hekje open en duwde zijn fiets vooruit het breede pad op, dat naar de nette woning ging. Zie zoo, nu was hij even van hem af. Nu kon hij informeeren waar ze ergens waren, want hij was de kluts heelemaal kwijt.

't Was bepaald geen boerenwoning. Er was een schel aan de voordeur en aan beide kanten schenen nette kamers te zijn. Maar de luiken waren gesloten en hij hoorde geen geluid. Toch maar eens aanschellen. Natuurlijk; er kwam niemand. Ko zette z'n fiets tegen den muur en liep even achter 't huis. Geen mensch te zien; maar er liepen kippen scharrelend rond in een verwilderd tuintje. Verderop stond een schuurtje, een vervallen getimmerte, onder vruchtboomen en het pad dat er langs liep scheen te eindigen bij een klein huisje in de verte.

't Was overal stil. De middagzon stoofde de lichtkleurige appels, die Ko toelachten en wierp

Sluiten