Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik wou? ik wou? Je wou water om te koken hè? En je krijgt er je vuur bij, jong! Kom maar mee, dan koken we voor de heele compie."

De man blies een paar vervaarlijke rookwolken voor zich uit en wees naar 't schuurtje.

„Daar hebben we de keuken en hier is de kok. We zullen je fijn bedienen man."

„Maar m'n vriendje — mag ik die even gaan roepen?" vroeg Ko met glinsterende oogen. Hij kreeg schik in 't avontuur. Dat zou moppig worden.

„Nog een hongerhals? Ga je gang maar, hoor!"

Ko holde heen, floot al met lang gerekten uithaal het gewone signaal onder 't snelle loopen.

Maar Frits was nog een eind weg. Hij had een diepen kuil uitgezocht en verzamelde nu dorre takken in 't naaste boschje. Hij kwam met een bundeltje het boschje uit, toen hij zich verbeeldde het fluiten te hooren. Aan 't begin van 't pad zag hij Ko, heel kleintjes staan wenken. Het wijsje klonk zwak maar duidelijk toch:

5 5 7 7 2 2 7 .

Frits antwoordde met beide handen om den mond, en begreep nog niet dat hij komen moest. Ko was al dicht bij, toen hij 't begreep. Maar 't was niets naar z'n zin.

„Waarom? Wat is er?"

Ko vertelde alles, maar 't kon Frits niet bekoren.

3

Sluiten