Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Jakkes! En we zouden zelf 't vuurtje maken, en alles... zoo maar doen. Da's veel echter," pruilde hij nog.

„Och... zeur nou niet! Daar is 't beter zeg ik je. 't Is een leuke vent... en anders hebben we toch geen water...!"

,,'k Dacht dat je 't meebracht." Frits haalde z'n fiets en keek treurig naar 't bundeltje takken en den mooien kuil.

„Gaan we dan straks hier weer heen, om een vuurtje te maken?"

„Goed," zei Ko.

Frits was nu half tevreden. Nieuwsgierig liep hij achter Ko aan en volgde hem over 't pad langs het witte huisje.

„Wie woont hier?" fluisterde hij. „Weet ik het? Geen mensch denk ik. Dat is nou juist het fijne. Moet je-es kijken wat een snorren die vent heeft," zei Ko nog en toen zagen ze hem al staan bij 't schuurtje.

„Treedt binnen, heeren. Je doet maar of je bij moeder thuis bent!"

Bij moeder thuis! 't Leek er wat op, dacht Frits. Wat moesten ze hier nou beginnen?

Och hee, wat een rommel! Er was geen vloer; geen planken of steenen vloer tenminste. In 't half donker zag je den zwarten grond haast niet; wel stroo en hooi, dat er over verspreid lag en een hoop latten en oude planken in den hoek. Achterin

Sluiten