Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij dampte haast even hard als de kachel in 't schuurtje en stond even in gedachten.

Toen nam hij de pijp uit den mond en wees naar Ko.

„Kun jij jassen?"

„Jassen? Misschien, als u zegt wat het is!"

„Jassen is aardappelen schillen, versta je?"

Ko verstond het en zei, dat het wel gaan zou.

„Jij niet, hè?"

Frits schudde van neen.

„Dan mag je 't leeren," besliste Kees. Met groote stappen liep hij nu 't pad af naar 't kleine huisje dat aan 't eind stond en verdween daar achter de hooge struiken.

VI. NADERE KENNISMAKING. „Hoe is-ie?" zei Ko.

„Lust jij hier eten? gaf Frits ten antwoord. „Wel ja! Je moet het zoo nauw niet nemen. Maar wat zeg je van hem?"

,,'k Geloof niet dat het een heer is. Maar . .. 'k ben toch niets bang voor hem."

,,'t Is een goeie vent," zei Ko. „Hij zal ons niets doen... en we krijgen straks ook nog wel een appeltje..."

„Lekker is t hier wel." Frits liet zich voorover

Sluiten