Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Kees komt dadelijk. Zullen we hem gaan roepen? Of kan ik u ook helpen?"

Het heldere geluid van de jonge stem klonk vreemd in de kamer met oude dingen.

De oude man scheen er door gerustgesteld en strekte z'n hand uit naar 't glas met water dat buiten z'n bereik stond. Ko gaf het gedienstig aan, trok ook het kussen recht dat door de beweging van den ouden man achter z'n rug was weg gezakt.

De oogen keken niet meer zoo verschrikt. Het oude hoofd zakte weer achterover en de dunne lippen smakten een paar keer.

„Weet je ook wat... van... van de oorlog?" vroeg hij toen.

„Van de oorlog?" zei Ko en keek Frits verbaasd aan. Hij begon te vermoeden dat de arme man simpel was.

„Ja, van de oorlog," hield de oude vol. „Ze zijn allemaal weg, allemaal." De eene hand maakte een licht wuivende beweging. „De baas en de knechts — en allemaal. Ik ga niet — nee -— ik wil niet weg. — Alles kan niet alleen blijven. We hebben hier veel te lang gewerkt — veel te lang — om allemaal weg te loopen — voor de oorlog."

De oude man hoestte en keek met de oogen wijd open naar de bruin gerookte zoldering.

De jongens stonden stil en luisterden verbaasd, 't Was toch geen onzin wat de man zei.

Sluiten