Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat zullen we nou hebben? Wie heeft jullie op verkenning gestuurd?"

Z'n opgewekt geluid vulde de kleine ruimte en verdreef het restje van angst bij de jongens.

„Nou je d'r toch bent, kun je helpen. Asjeblieft, ieder z'n stelletje." Hij reikte den jongens een bord en een vork toe.

„Vorken hebben we bij ons," zei Ko.

„Zooveel te beter. Zout ook? Vergeten natuurlijk. De heeren eten vandaag zonder servetten of tafellaken, hè?"

Hij nam nog het een en ander uit een klein hoekkastje en toen was het: „opgemarcheerd!" Bij de deur keerde hij nog even terug.

,,'k Zal je zoo helpen vader, 'k Heb gasten gekregen."

De oude man probeerde te lachen en wenkte met de hand, dat het goed was. De oogen keken heel anders dan straks; er was meer licht in.

Stralend stond de zon hoog boven het gesloten witte huis. De boomgaard en de moestuin, de schuur en heel de verlaten omgeving lag doodstil in het felle licht. Onder de struiken zaten hier en daar de kippen bij elkaar en neurieden niet eens. Een kat sloop loerend rond en verjoeg de musschen die 't kwistig uitgestrooide voer oppikten. — Overigens was het volmaakt stil.

Onder den grooten pereboom stonden de aardappels te dampen op een wankel tafeltje. Er

Sluiten