Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldeed heel goed, al was het niet zorgvuldig klaar gemaakt.

Daarna kwamen de appels aan de beurt. Onder 't peuzelen konden ze nu gemakkelijk praten. Kees zei, dat het nu tijd werd, om nader kennis te maken.

„Zie je, ik weet al een heeleboel van jullie!"

„Wij ook van u," zei Frits met z'n half afgebeten appel vertrouwelijk naar Kees wijzend.

„Heel goed, maar dat doet er weinig toe."

„Bent u onderofficier geweest?" raadde Ko.

„In Indië," vulde Frits aan.

„Ik zeg je, dat het er niets toe doet. Maar 'k zal je vertellen wie jullie bent."

„Ja?" zei Ko uitnoodigend.

„Je hebt een prettige vacantiedag willen doorbrengen. Een tochtje over de hei, soep koken, Indiaantje spelen of zooiets, hè?"

Ze knikten goedkeurend. Ko zag dat Kees z'n pijpje wilde stoppen en herinnerde zich zijn sigaretten.

„Wacht u even!" Hij presenteerde z'n doos en Kees nam er genadig eentje uit.

„Rooken de heeren ook?"

„Ik niet," zei Frits.

„Nou. — Om verder te gaan. Jij bent een brave jongen en je moeder heeft je van morgen met angst laten gaan. Ko is een branie, maar die zal straks ook nog wel even benauwd worden. En als je moeders van morgen alles geweten hadden wat ze

Sluiten