Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuin en hij zag er een paar in de deuropening staan.

Onder 't afspringen hoorde hij de stem van z'n vader, die ongewoon forsch klonk. Hij drong haastig tusschen de beide mannen, die in de deuropening stonden, door en ving den ouden man nog bijtijds op.

Met inspanning van al z'n krachten had deze zich opgericht bij 't binnenkomen der vreemde soldaten. Dringend wees z'n magere hand de mannen terug en met al de kracht die hij verzamelen kon, sprak hij ze toe. „Hier komt niemand binnen. Dit is mijn huis. Je hebt hier niets te maken. Ga weg! Ga weg!''

De vreemde mannen stonden al op 't punt om heen te gaan. Ze hadden geprobeerd tot den ouden man te spreken, maar ze begrepen, dat het niet zou baten.

Kees zag zijn vader wankelen, de inspanning was te groot geweest. Als een veertje droeg hij hem nu op z'n sterke armen naar de bedstede en sprak zachte kalmeerende woordjes, 't Was of hij met een kind sprak. De gebaarde mannen keken meewarig toe en wachtten geduldig tot Kees zich oprichtte uit de bedstede.

Ze stonden in de houding en salueerden beleefd, toen Kees zich voornaam tot de mannen wendde: „En — u wenscht?"

't Was de aanvoerder van de afdeeling, die het

Sluiten