Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij stonden nu bij hun beschermer.

„Een karweitje voor jullie, wil je?"

Graag natuurlijk. Frits moest vlug de kippen en kuikens opjagen, zoo dicht mogelijk naar t witte, gesloten huis. En Ko moest de koe uit den stal halen, en vóór, bij 't witte huis brengen, of liever in de schuur maar.

Ko had nog nooit met een koe omgegaan, maar hij begreep, dat hier gehoorzaamd moest worden.

Kees trok z'n jas uit. Uit het stalletje haalde hij een kruiwagen en reed die voor t kleine huisje. Toen laadde hij er een halven zak meel, en een voorraad spek en worst, boter en kaas op.

De soldaten, die het zich een beetje gemakkelijk gemaakt hadden in 't gras en onder de boomen, zagen met verbazing hoe die heer arbeiderswerk deed. Ze waren intusschen blij de toebereidselen te zien voor een maaltijd. Een paar boden zich aan om den kruiwagón over te nemen, maar Kees wees ze af.

Er waren nog meer soldaten gekomen. Een jong officier was er bij, die vrijpostiger dan de anderen, den tuin verder door liep en 't gesloten huis ontdekte.

Dit leek hem een aangenamer verblijf toe dan het kleine huisje, dat hij trouwens beloofd had niet te zullen betrekken.

Hij verzocht Kees het te openen. Maar deze haalde de schouders op en zei den sleutel niet te hebben.

Sluiten