Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laten loopen," bromde Frits. „Hij had zoo z'n best gedaan."

«Toch niet, zei Kees. „Hiér zijn we er baas over, daar niet. — De Duitschers zijn er in veroverd land moet je rekenen. En we willen er straks nog door. 'k Ga eens met den officier praten. Kruip jullie in t hooi en probeer wat te rusten."

De jongens hadden te veel om over te denken. Ze konden niet rustig gaan liggen en moesten al door maar praten over hun vreemde ondervindingen. Was dat nou de oorlog ? En moesten zulke goedige mannen het vreeselijke werk doen waarvan ze al dikwijls gelezen hadden ? Ja, ze waren geducht gewapend en groote kerels waren er bij. Ze liepen in zware laarzen en de sporen rinkelden en de sabels kletterden bij 't slepen over de steenen. Dat was allemaal geweldig, maar die baardige gezichten en beleefde manieten, die zeiden, dat ze toch eigenlijk geen soldatenvolk waren, geen ruwe kerels waar je bang voor moest zijn. — Dan zag Kees er nog anders uit. — En met hun drieën hadden ze toch maar netjes dat kleine legertje gefopt. — Hier waren de voorraden in veiligheid en de Duitschers konden er naar fluiten.

Misschien kregen ze er toch wat van. Kees was een goeie vent en, t was waar, vijanden waren het niet. Als Kees en de jongens nou Belgen waren, dan wel. — Wat gek hè? Hoe weinig scheelde het toch maar, of ze waren ook Belgen, zóó dicht

Sluiten