Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij de grens woonden ze. En Kees dan ? Waar was nu eigenlijk z n huis ? Bij den ouden man of hier ? Die oude man was een knecht van de eigenaar van 't witte huis geweest en Kees was... ja wat was Kees hier eigenlijk?

Hij scheen toch wel een heer geworden te zijn, al was hij de zoon van den ouden man. Wat gelukkig, dat ze hem ontmoet hadden. Hij zou wel zorgen, dat ze thuis kwamen, o vast.

De jongens lagen in t gras onder een pereboom en keken onder 't praten door 't dunne gebladerte in de heldere lucht. Droomerig werden ze toch. Af en toe vielen de oogleden toe en 't gesprek haperde telkens. — Frits werd echt slaperig en voelde t nu goed, dat hij al zoo lang wakker was. „We krijgen onweer," zei Ko.

„Hoe zoo?" Frits keek naar de lucht en bespeurde geen wolkje.

„ k Heb t al zachtjes hooren rommelen in de verte; al een paar keer."

„ k Hoor niets," zei Frits luisterend en ongerust. Toen hoorden ze 't beiden, heel zwak.

,,'t Heeft toch niets te beteekenen; de lucht is nog zoo helder..."

,,'t Is ook ver weg," verklaarde Ko.

Toen soesden ze weer in. — Het rommelen hoorde ze niet meer. — Maar op den zandweg langs het witte huis kwam beweging. Nieuwsgierig keken ze op en Ko klapte in de handen van plezier.

Sluiten