Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En jij bent toch nog maar dezelfde Pruis gebleven," zei Kees.

„Precies dezelfde; alleen een dagje ouder, dan toen we samen in Breda lagen. Maar wat is hier eigenlijk aan de hand?" vroeg hij staan blijvend, toen hij een Duitschen schildwacht opmerkte. „Zit je d'r hier zoo dicht op?"

Kees begon hem het geval uit te leggen en ze bespraken samen wat er verder gebeuren moest. Hij kon z'n vriend gerust zijn belangen toevertrouwen en kreeg nu gelegenheid om er een half uurtje uit te trekken.

't Speet Frits en Ko half, dat ze weg moesten. De oorlogstoestand leek hun hier nog al amusant. De huzaren, die ze van morgen nagefietst waren, hadden ze nu bij zich, en het laatste restje onveiligheid in deze buurt, was met hun komst geheel verdwenen. Ze pompten water voor mannen en paarden en vertelden van de Duitschers, die achter 't kleine huisje waren en ook honger en dorst hadden en er zoo erg bestoven uitzagen. Of ze even mee wilden gaan om te kijken? ,,'t Zijn aardige kerels," zei Frits, „en ze doen niets."

Maar de huzaren durfden niet van hun plaats. Ze gingen naast hun paarden in 't gras liggen, wilden wel sigaretten van Ko opsteken, maar meegaan deden ze niet.

Frits vond de Duitschers toch aardiger. De huzaren vielen hem niets mee. De wachtmeester

Sluiten