Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straks in 't huisje gesproken had: „we zullen flink doortrappen, dan ben je gauw bij je moeder, hè?" — „Ja," zei Frits, en dapper nam hij z'n fiets en volgde Kees.

Ko liep als in een droom. Hij kon z'n moed nog niet terug vinden.

X. IN 'T GEVAAR.

't Was oorlog. Het allervreeselijkste wat er op de wereld kon gebeuren, dat moesten de menschen in deze streken nu beleven. Niet in verre landen, maar door deze akkers en langs die wegen zouden de legers trekken. In gindsche boschjes misschien loerden al soldaten op vijanden, en 't boerenhuisje daar, of de eenzame hooiberg achter op het erf kon een vesting zijn, of een schuilplaats waar achter het barsche kanon was opgesteld.

Alles was dan ook geweken voor het oorlogsgevaar, en zelfs die even over de grens van het ongelukkige land woonden, hadden zich daar niet veilig geacht. Enkelen maar hadden het gewaagd te blijven. Kees had het ondernomen ter wille van z'n ouden vader, die niet van 't huisje kon scheiden, waar hij als boerenknecht altijd gewoond had. De eigenaar van 't witte huis, aan wien ook de groote tuin en 't boerenhuisje behoorde, was gisteren ver-

Sluiten