Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trokken. Kees had op zich genomen zoo goed mogelijk voor alles te zorgen.

Nu had hij er nieuwe zorg bij gekregen. De beide jongens moest hij op veilige wegen brengen en 't leek hem niet moeilijk toe. — De officier had hem een briefje mee gegeven voor 't geval iemand het hem lastig mocht maken.

Over den zandigen heiweg ging het vrij vlug voort. Ze reden achter elkaar en spraken weinig. Ko was de achterste in de rij en traag trapte hij voort, liet soms een grooten afstand tusschen hem en Frits. Maar de angst die hem traag maakte, spoorde hem dan weer aan om dicht bij zijn beschermer te blijven. De zon was intusschen schuil gegaan achter groote wolkengevaarten, die uit het Westen kwamen opzetten. De stilte in 't landschap werd er zwaarder door.

Zagen ze nu maar eens iemand! De streek leek wel uitgestorven en de angst van Ko groeide nog toen ze, bij een kruispunt gekomen, langs geen der wegen een levend wezen bespeurden.

Frits vroeg af en toe wat over de buurt waar ze door fietsten en Kees vertelde er iets van. Maar Ko kon er niet naar luisteren. Hij lette op t gerommel, dat nu met grootere tusschenpoozen gehoord werd en zwakker scheen te worden.

Op het hoogste punt van den weg gekomen, kregen ze een wijd uitzicht over de streek. Ze stapten hier af, want wat ze nu zagen hield al hun

Sluiten