Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan den overkant was een open ruimte in 't aangrenzende bosch. Daar was een groote afdeeling infanterie gelegerd voor een korte rust. Kees ging met de jongens even kijken. Niemand hinderde hen bij 't passeeren van den straatweg. De mannen, die hier in lange rijen naast de geweren lagen schenen erg vermoeid, 't Waren meestal jonge soldaten, en ze zagen er uit zooals alle jonge soldaten in ons land; heelemaal niet gevaarlijk, en eerder vriendelijk en bedeesd dan brutaal en ruw. — Sommigen hadden schoenen en kousen uitgetrokken en onderzochten de pijnlijke voeten, die bij velen al doorgeloopen waren.

Er was water in 't slootje langs den weg. Ze mochten er hun voeten wasschen. — Een dikke boerenlummel, die in 't grijze soldatenpak geperst scheen, wenkte de jongens en beduidde Ko, of hij hem een linnen lap wilde nat maken. Hij had met moeite z'n gezwollen voeten ontbloot. Natuurlijk, Ko deed het graag, hielp hem zelfs bij 't omzwachtelen van den gewonden voet. Er waren ook anderen, die hulp vroegen en de jongens probeerden al met ze te praten.

Kees zat bij den dikkerd en vroeg waar hij vandaan kwam. Wat glansden de groote oogen toen hij den naam van z n dorpje noemde! 't ^Vas wel ver weg, heel ver, zei hij met een zucht. Hij vroeg of ze nu al in Frankrijk waren en of het nog ver was naar Parijs. — „Ja, zei Kees, „dat is nog een heel

Sluiten