Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eind.'' Toen zuchtte de dikkerd weer en begon te vertellen van z'n moeder en z'n zusters. Hij had nog broertjes ook, zooals Ko. Uit z'n borstzak haalde hij nu een klein pakje portretten en liet ze zien. Ze waren voor deze gelegenheid gemaakt. Wilhelm moest toch z'n familie niet vergeten in 't vreemde land. Briefkaarten had hij ook, maar er was nog geen gelegenheid geweest om te schrijven.

Kees nam er eentje en legde die op z'n knie. „Zal ik even schrijven, dat ik je gesproken heb?"

Ach ja, als mijnheer zoo goed wou zijn! Wat glinsterden de oogen ! Hij gaf het adres nauwkeurig op en Kees schreef.

Maar dit was niet naar den zin van een der officieren, die op een afstand dit groepje had opgenomen. Een onderofficier kwam Kees uitnoodigen mee te gaan.

„Maar ik ben..."

De onderofficier trok z'n schouders op en gelastte Kees, niet tegen te spreken.

Kees kende de onverbiddelijkheid der Duitsche militairen, en volgde den man nu dadelijk. De jongens keken beteuterd en wisten niet wat te doen. De soldaten wenkten hen, om maar mee te gaan en ze vonden dat ook het beste.

,,'t Is niets," zei Kees, toen hij hun beangste gezichten zag. Hij wilde ze verder gerust stellen, maar z'n geleider verbood hem te spreken»

Toen klonk het signaal van verzamelen. Er kwam

Sluiten