Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu ademde hij toch verruimd en de jongens wilden hem wel om den hals vliegen, toen ze hem zonder geleide weer verschijnen zagen.

„Mogen we nu gaan waar we willen?" vroeg Ko.

„Ja, hoor. Maar je ziet, dat het hier oppassen is. En nou op de fiets!"

Ko zou graag even 't dorp in willen. Hij vertelde van z'n kennis en... 't zou niet lang ophouden; 't was dicht bij.

„Vooruit dan maar ! Denk er aan, dat het al laat wordt!"

Ja, dat wisten de jongens het best. Ze hadden honger en voelden met het wijken van hun ongerustheid weer vermoeidheid opkomen.

't Was vreeselijk stil in 't dorp. 't Scheen verlaten, maar hier en daar zagen ze angstige gezichten voor 't raam en soms sloop er schuw iemand over den weg. Angst woonde er in 't dorp en toch was er geen krijgsrumoer en militairen ontmoetten ze er maar weinig.

Op de plek waar 't huis van Ko's kennis gestaan had vonden ze een puinhoop. Ko geloofde z'n oogen niet, keek om zich heen of hij zich soms vergiste. Maar 't hekje met het aardige ijzeren poortje was er nog, en de letters „Welkom" staarden hem wel wat vreemd aan, maar hij herinnerde zich de sierlijke ijzeren krullen nog heel goed van vroeger. Alleen de achtermuur stond nog overeind en daarachter lag de stal, die bijna geheel gespaard was gebleven.

Sluiten