Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroeg of ze hem niet herkende. De vrouw keek weer op en met verbazing hem herkennend, sloeg ze een arm om hem heen. „Och, lieve jongen, ben je gekomen om me te halen? Van zoo ver?

En toen op eens met belangstelling en blijden schrik: „En is m'n man soms... is hij al bij jullie?"

Ze moesten zeggen, dat ze niets van haar man wisten en het arme vrouwtje begon daarop schreiend te vertellen, dat er uit deze buurt op de troepen geschoten was, „en toen zijn de mannen weggebracht en de huizen verwoest," snikte ze.

Frits stond bevend bij de deur. Hij kon het groote leed niet heelemaal beseffen, maar het schreien van die vrouw deed hem pijn en hij bedacht hoe z n moeder, die overal raad voor wist, deze vrouw stellig ook helpen kon.

„Laat ze nou meegaan, Ko. Ze mag gerust bij m'n moe komen."

„Ja, bij ons ook wel," zei Ko... „Maar..."

„En we kennen allemaal officieren en soldaten, ze doen ons niets," ging Frits verder, in 't probeeren de vrouw gerust te stellen.

Kees had intusschen eens rond gekeken.

Er stond een groote tweewielige kar en in een afzonderlijk gedeelte van den stal vond hij nog een fiksch paardje. — Vlug besloten bracht hij de kar naar buiten en, wat kortaf nu, zei hij dat de vrouw alles bijeen moest pakken wat ze nog had.

Sluiten