Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ze kwamen en wat er nog meer in 't karretje was ? Ze klommen in den wagen, woelden wat in de kleeren en 't stroo en geboden toen te wachten, tot de kapitein de papieren had ingezien.

Het leek hier wel een herberg te zijn. In een groote kamer was helder licht, dat vrij naar buiten stroomde. Er waren veel soldaten, die dronken en aten en in 't midden schenen eenige officieren aan den maaltijd. — De waard en z'n knecht liepen af en aan; soldaten bedienden aan tafel.

't Was een vreemd gezicht, al die drukte en dat licht in de duisternis en de stilte van de omgeving. De ongelukkige vrouw wendde het eerst de oogen er af. Konden ze nu maar gaan! Kees zag den soldaat, die de papieren had genomen in druk gesprek met z'n kameraden. De papieren hield hij kalm in de hand op den rug, alsof er niet op gewacht werd. Natuurlijk, de heer kapitein was aan tafel en kon om zoo'n kleinigheid niet gestoord worden.

De vrouw met het kind, de hongerige en slaperige jongens, ze moesten wachten, geduldig wachten. Het ijzeren bevel kende geen toegevendheid. Over een half uurtje misschien zou er gelegenheid zijn om de papieren te toonen. Dat vertelde een der soldaten, die rustig rookend was naderbij gekomen om een praatje te maken. — O, de kapitein was een beste kerel, „een dappere kerel, nou!'' pochte de soldaat. Kees zou nog wel van hem hooren in

Sluiten