Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij onderzocht op z'n gemak een sigaar voor hij die aanstak. Toen kwam hij zwaar dampend op de stoep en keek, leunend op het stoephek, naar den wagen, die onder 't volle licht van de herberglampen stond.

Thans kon de soldaat z'n boodschap doen en de papieren toonen. Eén voor één hield de gewichtige man ze in 't licht van de lantaarn boven de deur.

„Hm, 't zijn Hollanders! Laat maar gaan!"

Fluitend ging de man weer naar binnen, waar juist een der militairen zich aan de piano had gezet. — 't Scheen een vroolijke avond te zullen worden en de kapitein wou er geen minuutje van verliezen.

„Nou, wat zeg je d'rvan? Is 't geen flinke kerel onze kapitein?" vroeg de vertrouwelijke soldaat van straks. Z'n trouwe hondenoogen blonken van kinderlijken trots.

Kees stak z'n papieren zorgvuldig weg en nam de zweep en de leidsels ter hand.

„Jouw kaptein? Die kan me gestolen worden," gromde hij in 't Hollandsch.

„Wat zegt u?" vroeg de man nog even meeloopend naar 't midden van den weg. — Hij verlangde erg naar een complimentje voor z'n kapitein.

,,'t Is een papsoldaat," riep Kees met gemaakte opgetogenheid in stem en gebaar.

„Ach ja, een prachtsoldaat, gewis! Goede reis," zei hij vriendelijk.

Het paardje schoot met kletterenden hoefslag

Sluiten