Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vooruit. En Kees wuifde lachend met de zweep naar den „goeien kerel". Och waarom moesten zulke menschen toch zoo'n vreeselijk werk doen!

Ze waren de laatste hindernis gelukkig door gekomen. Geen vijf minuten verder waren ze al bij den handwijzer, en spoedig passeerden ze de Hollandsche grenswacht.

„Hoera!" juichten de jongens, die van blijdschap geen vermoeidheid meer voelden.

De manschappen verdrongen zich om den wagen, om het laatste nieuws uit de streek te vernemen. Van den oorlog wisten de vluchtelingen niet veel te vertellen. Maar wat ze gezien en ondervonden hadden was belangrijk genoeg. — Toch zeiden de soldaten, dat ze nog verschrikkelijker verhalen gehoord hadden. Ze waren niets te spreken over de Duitschers. Och, och, wat hadden ze al een menschen geholpen, die vermoeid en half dood van schrik over de beschermende grens gevlucht waren.

Honderden waren van alles beroofd en werden nu door medelijdende menschen voorloopig geholpen. „Het naaste dorp zit vol. Ze weten er geen raad mee," zei een forsche kerel met trillende stem tegen Kees.

De jongens luisterden met lichte verbazing naar de verhalen van ruwe behandeling, en van wreedheid zelfs. — Ze begrepen niet, hoe 't waar kon zijn. En toch... in puin geschoten huizen hadden ze gezien. De arme moeder met haar kind hadden ze

Sluiten