Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zijn moeders armen lag. Hij keek verbijsterd rond en z'n bleek en vermoeid gezicht kon nauwlijks lachen tegen de bezorgde moeder, die telkens weer vroeg, of hij wel goed was, wel heelemaal goed, en of ze hem heusch niets gedaan hadden. Ze schreide van blijdschap en van ongerustheid en lette eerst heelemaal niet op z'n tochtgenooten.

Ko stond er bij met de bagage en hij wenkte de vrouw toch te komen, gerust maar! Toen werd hij opgemerkt en de arme verlaten vrouw, geholpen door den chauffeur kwam nu ook uit de auto. Ze wilde wat zeggen, maar kon niet.

In 't zelfde oogenblik had de moeder van Frits heel haar ongeluk begrepen.

Ze liet Frits en Ko binnengaan, nam zonder een woord te zeggen de vrouw bij de hand en leidde haar in 't gastvrije huis. Neen, ze hoefde niets te zeggen, de ongelukkige. Ze mocht vrij uitschreien, 't Kwam er niets op aan, wie ze was en hoe ze bij de jongens gekomen was. Ze was ongelukkig en Frits' moeder was duizenden te rijk. — Later zou ze alles wel hooren, nu moest ze zorgen, dat de vermoeiden rust kregen.

XV. LAAT IN DEN NACHT.

De lamp bleef dezen avond nog lang branden in de huiskamer. Op den schoorsteen tikte de pendule

Sluiten