Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij hier passeeren moest. Hij kende de buurt; wist, dat bij 't witte huis de veiligheid was. Maar tot daar loerde het gevaar op hem.

Hij was als het opgejaagde wild, dat den jager achter zich weet en in doodsangst her en derwaarts springt om veiligheid te vinden.

Toen hij met een viertal andere gevangenen op een gunstig oogenblik in de boschjes langs den weg was gesprongen, hadden de geweren geknald en fluitend waren de kogels hem langs het hoofd gevlogen. In de ruigte van een droge sloot had hij zich kunnen verbergen. Z'n gezicht en handen waren opengereten door de scherpe dorens en hij had het niet gevoeld. Enkel hooren kon hij, en sidderen voor 't gevaar, dat rondom hem in de takken kraakte. De manschappen hadden vluchtig de naaste boschjes doorzocht en daarna verschillende afdeelingen verderop in 't pijnbosch gezonden om de ontsnapten te achterhalen.

Elke beweging, iedere kreet had hij vernomen. Eerst toen de stilte wel een half uur lang geduurd had, was hij opgerezen. Z'n bloedend hoofd en de geschramde handen, waaraan hij nu hevig pijn voelde, waren langzaam te voorschijn gekomen. En 't had minuten geduurd, vóór hij zich durfde oprichten. Eerst toen hij dichtbij nieuwe schuilplaatsen ontdekte, had hij het gewaagd den korten afstand af te leggen. In 't donkerder pijnbosch had hij de vallende duisternis afgewacht en in hevige zenuw-

Sluiten