Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Of hij welkom was! Het heele garnizoen van 't witte huis kwam er aan te pas, en allemaal wilden ze iets doen. — De oude man, die meende dat Kees er was, stak het hoofd om 't bedgordijn, maar liet dit teleurgesteld weer in de plooien vallen. Als Kees terug was, zouden ze weer naar 't kleine huisje gaan. Kees had het beloofd, toen hij hem had overgebracht.

Waar bleef hij toch zoo lang?

Telkens stelde de Pruis den ouden man gerust. Kees zou niet in zeven slooten tegelijk loopen. Knappe kerels die hem aan 't lijf kwamen. Een gepensioneerd Indisch officier, met de militaire Willemsorde nog wel! De moffen mochten dan wezen wie ze wilden, maar voor zoo iets hadden ze respect. — Hij had z'n papieren maar te laten zien.

Daar wou de oude man wel van hooren. Hij vertelde en de Pruis vertelde en de huzaren hielden zich bezig met den vluchteling. — Deze was al wat bekomen van de overspanning en de plotselinge vreugde die z'n beenen verlamd hadden. Hij kon langzamerhand omstandiger vertellen, wat er gebeurd was, en z'n verhalen deden de huzaren beurtelings rood en wit worden van machtelooze woede en afschuw.

Ze zaten stil te luisteren, en overlegden hoe het mogelijk was, dat zóó iets nü nog gebeuren kon, en dat het menschen waren zooals zij, de menschen misschien wel, die ze dezen namiddag nog hier gehad

Sluiten