Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewogenheid in de groote kamer, een blijde ontsteltenis, die iedereen deed opspringen. Allen waren verheugd met den man, die nu, aan t eind van dezen vreeselijken dag, z'n eigen leven en dat van z'n vrouw en kind gered wist. — Hij lette er nu niet op, dat hij overigens niets meer bezat, beschouwde z'n wagen en paard nog als een rijke toegift op z'n geluk, en wist niet hoe z'n dankbaarheid uit te drukken.

Eerst later kwam het besef van z'n plotselinge armoede en weer het pijnlijke overdenken, waarom dat allemaal zoo zijn moest en wat hij toch gedaan had, om zulk een lot te moeten ondergaan.

Lang bleven de mannen bijeen, in 't bespreken van hetgeen ze gezien en gehoord hadden. In 't vreedzame witte huis aan den rand der stille heide, werd het begin van den grooten oorlog besproken, 't Waren geen verhalen van strijd en heldenmoed en glorie, geen veldslagen van duizenden en millioenen, die ze behandelden, 't Was maar 't voorspel, en toch schoof de oorlog hier al verwoesting, brand en dood en nameloos leed vooruit in een vreedzame wereld. — Het doortrekkende leger liet schrik angst en afschuw achter zich en plantte er den haat en de wraakzucht, ook bij de zachtmoedigste menschen. En de bedrij vers waren toch ook menschen, op hun beurt slechts door den oorlog gedreven.

Hoe 't verder gegaan is?

Sluiten