Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenige oogenblikken verliepen gedurende welke hij het stilzwijgen bewaarde. Vervolgens den czaar naderende, die zich .in een leuningstoel geworpen had:

„Uwe Majestiet," zeide hij, „heeft zonder twijfel bevelen gegeven dien inval zoo snel mogelijk af te slaan?"

„Ja," antwoordde de czaar. „Het laatste telegram dat Nyni Oedinsk heeft kunnen bereiken, heeft de troepen van de gouvernementen Jeniseïsk, Irkoetsk, Jakoetsk, die der provinciën van de Amoer en van het meer Baïkal in beweging moeten stellen. Tegelijkertijd trekken de regimenten van Perm en van Nyni-Novgorod en de grenskozakken met geforceerden marsch naar het Oeralgebergte op; doch, ongelukkig, moeten er verscheidene weken verloöpen alvorens zij zich tegenover de Tartaarsche kolonnes kunnen , bevinden!"

„En is de broeder van Uwe Majesteit, Zijne Keizerlijke Hoogheid, de grootvorst, op het oogenblik afgezonderd in het gouvernement Irkoetsk, niet meer in rechtstreeksche verbinding met Moskou?"

„Neen."

„Maar hij moet toch, door de laatste dépêches weten, welke maatregelen Uwe Majesteit genomen heeft en welke hulp hij te wachten heeft van de gouvernementen, die het dichtst bij dat van Irkoetsk gelegen zijn." .. .

„Hij weet zulks," antwoordde de czaar, „maar hetgeen hij met weet is, dat Ivan Ogareff, tegelijkertijd dat hij de rol van oproerling speelt, ook die van verrader vervult, en dat hij in hem een persoonlijken en verbitterden vijand heeft. Aan den grootvorst heeft Ivan Ogareff zijne eerste ongenade te danken, en het ergste van alles is dat hij dien man niet kent. Het plan van Ivan Ogareff is dus om zich naar Irkoetsk te begeven, en daar, onder een valschen naam zijne diensten aan den grootvorst aan te bieden. Na zijn vertrouwen gewonnen te hebben en wanneer de Tartaren Irkoetsk zullen berend hebben, zal hij de stad overleveren en met haar mijn broeder, wiens leven rechtstreeks bedreigd is. Dit weet ik door ,,mijne'' berichten, dit weet de grootvorst niet en dit moet hij weten!''

„Welnu, Sire, een schrander, moedig koerier...."

„Ik wacht hem."

„En hij moet spoed maken" voegde de grootmeester van politie er bij, „want veroorloof mij er bij te voegen, Sire, Siberië is een land dat gunstig voor oproeren is!"

„Wilt gij hiermede zeggen, generaal, dat de ballingen met den vijand gemeene zaak zouden maken?" riep de czaar uit, die, bij deze verdachtmaking van den grootmeester van politie, zichzelf niet meester was....

„Dat Uwe Majesteit het mij niet ten kwade duide!" antwoordde stamelend de grootmeester van politie, want zijne ongerustheid en zijn argwaan hadden hem wel degelijk deze gedachte ingegeven.

Sluiten