Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik houd de bannelingen toch voor vaderlandslievender!" hernam de czaar.

„Er zijn in Siberië andere veroordeelden dan die, welke voor staatkundige vergrijpen verbannen zijn," antwoordde de grootmeester van politie.

„Die boosdoeners! O! generaal, wat die betreft, ik laat ze aan u over! Het is het uitvaagsel van het menschdom. Ze behooren tot geen land. De opstand of liever de inval is niet gericht tegen den Keizer, maar tegen Rusland, tegen dat land dat de ballingen nog eens hopen weer te zien, en dat zij zullen weerzien!... Neen, nooit zal een Rus met een Tartaar samenspannen, om, al was het maar een uur, de moskovitische macht te verzwakken!"

De czaar had gelijk aan de vaderlandsliefde te gelooven van hen, die de staatkunde slechts tijdelijk verwijderd hield. De vergevensgezindheid, die de grond was van zijne gerechtigheid, wanneer hij zelf daarvan de uitwerksels kon leiden; de zeer verzachtende maatregelen die hij genomen had in de toepassing der ukazen, eertijds zoo verschrikkelijk, waren voor hem een waarborg dat. hij zich niet kon vergissen. Maar ook zonder dit machtige bestanddeel tot steun van den inval der Tartaren, waren de omstandigheden zeer ernstig, want het was te vreezen dat de Kirgiesche bevolking zich bij den vijand zou aansluiten. .

De Kirgiezen zijn in drie horden verdeeld, de groote, de kleine en de middelhorde, die eene bevolking van twee millioen zielen uitmaken, en omtrent vier honderd duizend tenten bewonen. Van deze verschillende stammen zijn eenige onafhankelijk terwijl andere de opperheerschappij erkennen, hetzij van Rusland, hetzij van de Khanaten, Khiva, Khokhand en Bokhara, namelijk de geduchtste opperhoofden van Turkestan. De middelhorde is de rijkste, en tegelijk de aanzienlijkste, en hare legerplaatsen beslaan de geheele ruimte, gelegen tusschen de Sara-Soe, de Irtisch, de boven-Ichim, het meer Hadisang en het meer Aksakal. De groote horde, die de gewesten bewoont, gelegen ten westen van de middelhorde strekt zich uit tot de gouvernementen Omsk en lobolsk. Indien dus die Kirgiesche bevolkingen in opstand mochten geraken, dan zou dit de bemachtiging van Aziatisch-Rusland tengevolge hebben, en allereerst de afscheiding van Siberië ten oosten \an

de Jeniseï. , , . , , , „

Het is waar dat deze Kirgiezen, zeer onbedreven in het oorlog voeren, geene geregelde soldaten zijn, maar veeleer plunderaars die des nachts, de karavanen aanvallen. Gelijk de heer Levchme gezegd heeft, „een gesloten front of een carré goede infanterie kan eene tienmaal talrijker massa Kirgiezen het hoofd bieden, en een enkel stuk geschut kan er eene ontzettende menigte van vernielen.

Goed, maar dat carré goede infanterie moet altijd toch nog in het opgestane land aankomen en moeten de vuurmonden uit de

Sluiten