Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene oppervlakte van ongeveer tien duizend vierkante mijlen Men telt in dezen Staat eene bevolking van twee millioen vijf maal honderd duizend inwoners, een leger van zestig duizend man, in tijd van oorlog tot het drievoudige gebracht, en dertig duizend ruiters. Het is een land rijk aan voortbrengsels uit het dieren-, planten- en delfstoffenrijk, en dat door de toetreding der provinciën Balkh, Aukoï en Meïmaneh vergroot is geworden. Het heeft negentien aanzienlijke steden. Bokhara, omgeven van een muur van meer dan acht Engelsche mijlen in omtrek en door torens verdedigd, eene beroemde stad, vermaard door de Avicennes en andere geleerden der Xe eeuw, wordt als het middelpunt der muzelmansche geleerdheid beschouwd en gerangschikt onder de beroemdste steden van Middel-Azië; Samarkand, waar zich het graf van Tamerlan bevindt, en dat beroemde paleis, waar men dien blauwen steen bewaart, waarop elke nieuwe Khan bij zijne troonsbeklimming moet gaan zitten, wordt door eene buitengewoon sterke citadel verdedigd; Karschi, met zijn driedubbelen muur in een oasis gelegen, die door een moeras omringd is, vol schildpadden en hagedissen, is bijna orfneembaar; Tsjardsjoeïe wordt door eene bevolking van bij de twintig duizend zielen verdedigd, eindelijk vormen Katta-Koergan, Noerata, Djizah, Païkande, Karakoel, Khoezar enz. een nét van steden die moeilijk te bedwingen zijn. Dit Khanaat Bokhara, door zijne bergen beschermd, afgezonderd door zijne steppen, is dus een wezenlijk geduchte Staat, en Rusland zou genoodzaakt zijn belangrijke strijdkrachten daartegen over

te stellen. . , ,,

Het was nu de eerzuchtige en woeste Feofar, die in dat gedeelte van Tartarijë regeerde. Gerugsteund door de andere Khans, voornamelijk die van Kokhand en van Koendoez, wreede en roofzuchtige krijgslieden, altijd klaar om aan ondernemingen deel te nemen waarvoor de Tartaren een sterke natuurlijke neiging hebben, geholpen door al de oppperhoofden der horden van MiddelAzië, had hij zich aan het hoofd geplaatst van dien inval, waarvan Ivan Ogareff de ziel was. Die verrader, evenzeer door zinnelooze eerzucht als door haat gedreven, had de beweging der troepen zoo geregeld, dat hij den grooten Siberischen weg had afgesneden. Het was waarlijk dwaas van hem te meenen, het Moskovische rijk tot wijken te kunnen brengen. Onder zijn invloed, had de emir— dit is de titel dien de Khans van Bokhara aannemen — zijne horden over de Russische grenzen gejaagd. Hij was in het gouvernement van Semipalatinsk gevallen, en de Kozakken die zich op dat punt in klein aantal bevonden, hadden voor hen moeten wijken. Hij was voorbij het meer Balkhach voortgerukt, op zijn doortocht de Kirgische bevolking medeslepende. Al plunderende, verwoestende, in dienst nemende degenen, die zich onderwierpen, en gevangen nemende hen, die weerstand boden, rukte hij voort van stad tot

Sluiten