Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het moet gezegd worden, deze zelfzuchtigen beschouwden den oorlog, dat wil zeggen de onderdrukking van den opstand en den strijd tegen den inval, slechts uit het oogpunt van hunne bedreigde belangen. De aanwezigheid van een eenvoudig soldaat, gekleed in zijne uniform, — en men weet, hoe groot in Rusland het gewicht van de uniform is, — zou zeker voldoende geweest zijn om dezen kooplieden den mond te snoeren. Doch in den coupé, waarin Michael Strogoff zich bevond, deed niets de tegenwoordigheid van een militair vermoeden, en de koerier van den czaar, verplicht om onbekend te blijven, was er de man niet naar om zich te verraden.

Hij luisterde dus.

„Men beweert dat de thee door karavanen aangebracht naar de hoogte gaat," zeide een Pers, die te herkennen was aan zijne muts van astrakan en aan zijn bruinen tabbaard met breede plooien, die door het vele wrijven versleten was.

„O! de thee heeft niets van de daling te vreezen," antwoordde een oude Jood met een norsch gezicht. „De thee, die op de markt van Nijni-Novgorod komt, zal gemakkelijk naar het westen verzonden worden, maar dat zal het geval niet zijn met de tapijten van Bokhara."

„Hoe dan! Ge verwacht dus eene bezending van Bokhara?" vroeg de Pers.

„Neen, maar eene bezending van Samerkand, en zij is daarom des te meer blootgesteld! Hoe kan men rekenen op verzendingen uit een land dat van Khiva tot de grenzen van China in opstand is!"

„Goed!" antwoordde de Pers, „wanneer de tapijten niet aankomen, dan veronderstel ik dat de wissels ook niet zullen aankomen!''

„En de winst, God van Israël!" riep de kleine Jood uit, „rekent ge die voor niets?"

„Gij hebt gelijk," zeide een andere reiziger, „de artikelen van Middel-Azië loopen gevaar van op de markt te ontbreken, en dat zal ook het geval zijn met de tapijten van Samarkand, evenals de wol, en de oostersche shawls."

„Hei! pas op, vadertje!" antwoordde een Russisch reiziger met een spotachtig gelaat. „Ge zult uwe shawls verschrikkelijk vet maken als ge ze in aanraking brengt met uwe talk."

„Gij lacht daarmee," hernam op een scherpen toon de koopman, dien zulk gekscheren weinig beviel.

„He! wanneer men zich de haren uit het hoofd trok, wanneer men in zak en asch ging zitten," antwoordde de reiziger, „zou dat den loop der zaken dan veranderen? Neen! even zoo min als den prijs der koopwaren!"

„Men kan wel merken dat gij geen koopman zijt!" hernam de kleine Jood.

„Jongen neen, waarde afstammeling van Abraham! Ik verkoop noch hop, noch dons, noch honig, noch was, noch hennipzaad,

Sluiten